Het noodklooster(tje) van Providentia
1921 - 1928
Het begin van de bouwactiviteiten op Providentia

In februari 1920 hadden acht broeders en enkele patiënten onder leiding van de eerste huisoverste, broeder Bonaventura, hun intrek genomen in een oud terpentijnfabriekje aan de huidige Pastoor Thijssenlaan in Sterksel.
Nu kon het grote werk beginnen. Er moest een klooster gebouwd worden op grond die de congregatie had gekocht van de 'Maatschappij Heerlijkheid Sterksel'. Het zou een heel karwei worden, zoveel was zeker. Architect van het klooster was Architectenbureau A. J. Bartels uit Heerlen. De bouw zou door de broeders in eigen beheer worden uitgevoerd, onder leiding van broeder Leo. Een zekere meneer Strik uit Valkenswaard was aangetrokken als uitvoerder.
Maar om te beginnen moest er dichtbij de plek waar het grote klooster zou verrijzen, een tijdelijk onderkomen worden gebouwd. De broeders noemden dat hun 'noodkloostertje' en ze zouden er verblijven van 1921 tot 1928.
De bouw van het noodklooster begon al vanaf maart 1920, maar op 8 september van dat jaar volgde pas de officiële 'eerste steenlegging' door Piet Vullings uit Heeze. Híj was het, die een jaar eerder de broeders had geadviseerd bij hun overwegingen om grond op Sterksel te kopen. Zijn advies was positief en de grond werd gekocht; het startsein om op Sterksel het derde klooster (na Heerlen en Heel) van hun congregatie te gaan bouwen. De plechtigheid van de steenlegging haalde de regionale pers: zie hiernaast het krantenbericht in de 'Provinciale Noordbrabantsche Courant' van vrijdag 10 september 1920. [1]
[1] Zie bron 6
De inrichting van het noodklooster
De linkerzijde van het U-vormige bouwwerk zou gaan dienen als woonruimtes voor de broeders en de patiënten. Het achterste deel kreeg een religieuze bestemming, namelijk een kleine kapel: een serene ruimte waar de broeders bijzonder gehecht aan zouden raken.
De zolder werd ingericht met enkele slaapzalen.
De korte zijde van het gebouw ging dienst doen als boerderij, waarin een trekpaard, enkele koeien, varkens en kippen werden ondergebracht.
Aan de rechterzijde werden ruimtes gebouwd voor de opslag van karren, ploegen, allerlei gereedschap, etc.


Er zijn, voor zover bekend, geen foto's van het gebouw uit de vroegste periode (1920 - 1927) bewaard gebleven (zo die al gemaakt zijn), maar ongetwijfeld heeft een van de broeders dit tekeningetje gemaakt.
De bouwtijd van het noodklooster bedroeg tien maanden. In december 1920 konden de broeders en de patiënten het terpentijnfabriekje in Sterksel vaarwel zeggen en hun intrek nemen in het nieuwe pand.
Ze konden zich nu volledig gaan richten op de ontginning van de heide en de aanleg van parken, weilanden en akkers. Ook zal men in die jaren al begonnen zijn met het bouwrijp maken van de grond waarop het klooster gebouwd zou gaan worden.
Hieronder zie je de plattegrond van het noodklooster tussen 1920 en 1928. Het is een uitwerking van een tekening die door een van de broeders is gemaakt.
Plattegrond noodklooster 1920 - 1928
7A
LEGENDA
1. Kapel
2. Zitkamer rector
3. Slaapkamer rector
4. Bakkerij
5. Refter (eetkamer) broeders
6. Badkamer
7. Spreekkamer
7A. Toiletten
8. Refter patiënten
9. Keuken
10. Kantoor
11. Logeerkamer
12. Schuur
13. Sacristie
14. Kunstmest
15. Stallen
16. Karrenschop (-schuur)
17. Paardenstal
18. Smidse
19. Timmerwerkplaats
20 Bergplaats
'Eindstation Providentia'
Bij het noodklooster bouwden de broeders ook een schuur die diende als 'eindstation' van het smalspoorlijntje dat vanaf het toenmalige station Sterksel, via de Kloosterlaan en de Albertlaan, naar Providentia liep. Op de foto is het spoor goed zichtbaar. Alle materialen die nodig waren voor de verschillende bouwwerken werden in kiepkarren via deze spoorlijn vervoerd.
In de tweede helft van de jaren dertig is het lijntje opgedoekt. De broeders hebben toen de rails gekocht (of gekregen?) van de Maatschappij. Zo'n rail was 7 meter lang en met twee zaagsneden werden er drie stukken van 2,3 meter van gemaakt. Met de railtjes werd het hele terrein van Providentia omheind. Op veel plekken aan de westkant van Kloostervelden langs de Ten Brakeweg, zijn ze nog altijd te zien.


De eerste twee rectoren van Providentia
De algemene overste, broeder Aloysius was met een goede Limburgse bekende van hem, de eerwaarde priester Backhuis, overeengekomen dat laatstgenoemde voor een bepaalde periode zou worden aangesteld als rector op Providentia. De geestelijke was overwerkt en wilde een 'rustige plek'. Omdat er in die begintijd nog maar weinig broeders en patiënten op Providentia waren, verwachtte hij dat hij in Sterksel de rust zou vinden die hij zocht en stemde dan ook in met de benoeming. Hij kreeg in het noodklooster de ruimtes 2 en 3 tot zijn beschikking. De broeders vonden rector Backhuis een voorbeeldige en deugdzame man. Niettemin vonden zij het wel jammer dat hij vanwege zijn gezondheidstoestand nooit preekte. Hij hoorde ook geen biecht en hij deed zelden of nooit een hoogmis. Zo'n doordeweekse mis, zonder al te veel ceremonieel vond hij voldoende.
Ergens in de periode tussen 1921 en 1925 werd Providentia opgenomen in de rectoraten van het bisdom Den Bosch. Dat betekende onder meer dat het benoemen van een rector op Providentia tot de bevoegdheid van de bisschop behoorde. In 1926, toen het aantal broeders en patiënten op Providentia flink was toegenomen, benoemde de Bossche bisschop de eerwaarde heer Piet de Boer als rector in vaste dienst van Providentia. Rector Backhuis keerde terug naar Limburg.
Het noodklooster na 1927
Nadat het grote klooster eind 1927 was opgeleverd en de broeders en de patiënten naar de nieuwbouw waren verhuisd, werd het noodklooster gedeeltelijk verbouwd. De linkerzijde werd omgevormd tot dienstgebouw en de boerderij werd aan de rechterzijde uitgebreid. KLM maakte in januari 1935 een luchtfoto van Providentia en daarop is het verbouwde noodklooster te zien.

Deze enige en daarmee unieke foto van het noodklooster is gemaakt
door KLM in januari 1935. De foto is een
gedeeltelijke uitvergroting van een overzichtsfoto van Providentia .
Copyright: Aviodrome
Plattegrond noodklooster 1928 - 1935,
eveneens gebaseerd op een schetsje dat door een van de broeders is getekend.

LEGENDA
1. Bergplaats
2. Smidse
3. Bergplaats voor granen
4. Bergplaats voor ijzer
5. Graan en meel
6. Logeerkamer
7. Stallen
8. Toiletten
9. Mattenmakerij
10. Schoenmakerij
11. Paardenstal
12. Maalderij
13. Meelkamer
14. Schoppe (schuur) voor
grondopslag
15. Rijtuig
16. Kunstmest
17. Schuur
18. Karrenschop
19. Stookgelegenheid
20. Varkenshokken
21. Slachthuisje

Een nieuwe, tijdelijke plek voor de kapel
Omdat het noodklooster in 1928 geheel werd ingericht als dienstgebouw, moest er ergens anders een tijdelijke kapel komen. Bovendien bleek dat het kapelletje in het noodklooster in 1928 sowieso te klein was geworden vanwege het toegenomen aantal broeders en patiënten.
De kapel (zie foto) kwam op de eerste verdieping van het nieuwe, grote klooster.
Nogal wat vierkante meters werden bestemd voor de gebedsruimte. Tegenwoordig bevinden zich op die locatie vergaderzalen. De steunpilaren links op de foto bestaan nog steeds, maar er zijn muren tussen gebouwd waardoor links van de pilaren een gang is ontstaan. De ruimte met de boog, links, was in de tijd van de kapel ingericht als sacristie. Het altaar was een geschenk van de Zusters van Veghel, de kruiswegstaties waren afkomstig van de oude parochiekerk van Sterksel. De nieuwe rector Piet de Boer, kennelijk een verdienstelijk amateurschilder, knapte de kruiswegstaties op en bracht allerlei versieringen en schilderingen aan, zoals op de pilaren.
De tijdelijke kapel heeft dienst gedaan tot begin 1932. In dat jaar werd de nieuwe kapel, zoals we die nu kennen, in gebruik genomen.
In de brand , uit de brand
In 1933 kwamen er voor het eerst kinderen op Providentia.
Ze werden in het klooster ondergebracht bij de oudere patiënten. Bepaald geen ideale situatie, maar er was niet
direct een alternatief voorhanden. Het noodklooster was immers omgebouwd en in gebruik genomen als dienstgebouw.
De huisvestingsproblemen werden groter toen er op
Providentia een school moest komen, want ook deze kinderen waren, net als andere kinderen, gewoon leerplichtig.
En toen gebeurde er iets, wat meerdere broeders toedichtten aan de 'Voorzienigheid':

Zie bron 6
Op 19 februari 1935 brandden het noodklooster en de schuur tot de grond toe af.
Gelukkig had KLM de maand ervoor nog de luchtfoto van Providentia gemaakt, inclusief het noodklooster. Was het geluk of heeft de Voorzienigheid ook daar de hand in gehad...?
Wat was er gebeurd?
Er was brand ontstaan op de hooizolder boven het boerderijtje. Met man en macht werd de brand bestreden en kon voorkomen worden dat het grote klooster vlam vatte. Maar wat nu?
Dat er een nieuwe boerderij moest komen stond niet ter discussie. Veiligheidshalve (men was immers een ervaring rijker) zou die verderop op het terrein gebouwd moeten worden, op een paar honderd meter afstand van het klooster. De boerderij, zoals wij die nu kennen werd nog in datzelfde jaar 1935 gebouwd en kreeg als naam 'De Rozenhof'. [2]
Ook besloot men om op de fundamenten van het noodklooster een nieuw gebouw op te trekken. Op de plek van het boerderijtje verrees een toneelzaal (zie verderop in dit verhaal). Het andere deel zou opnieuw ten dienste moeten staan van onderdelen van de zelfvoorzienendheid. Maar daar waren de broeders het onderling niet over eens, want er waren ook broeders die vonden dat de ontstane situatie een uitgelezen kans was om de nieuwbouw in te richten als kinderafdeling. Het meningsverschil zorgde voor de nodige reuring maar uiteindelijk hakte de toenmalige huisoverste, broeder Corbinianus, de knoop door en kreeg Providentia in 1936 een aparte kinderafdeling.
[2] Op deze website zal t.z.t. een apart artikel over deze boerderij worden gepubliceerd.


De officiële opening van de kinderafdeling vond plaats 6 september 1936. Op de linkerfoto hierboven is een van de eetzalen afgebeeld. Rechts de slaapzaal op de zolder van het gebouw.


Een school voor speciaal onderwijs op Providentia [3]
De school werd ondergebracht in het gebouw van de kinderafdeling.
20 December 1937 vond de officiële opening plaats van de 'eerste BLO-school (Buitengewoon Lager Onderwijs) voor epileptici' in Nederland.
Het was een groot feest waarvoor tal van hoogwaardigheidsbekleders waren uitgenodigd. Onder hen was Mgr. Diepen de bisschop van Den Bosch, die in de kapel de openingsplechtigheid verzorgde. .
De broeders en de patiënten hadden zoveel mogelijk ruimtes in het nieuwe gebouw versiert.
[3] Op deze website zal tzt een apart artikel worden gepubliceerd over de 'school van Providentia'.

Zie bron 6
Het was belangrijk nieuws: tal van landelijke en regionale bladen besteedden er aandacht, evenals tijdschriften, zoals de 'Katholieke Illustratie'. Daarin werd de hiernaast staande foto gepubliceerd.


Leden van de Toneelvereniging
'Kunst naar Kracht',
voorbereidend op een van hun uitvoeringen
De toneelzaal
De plek waar nu in de zaal de tafels en stoelen staan, was voor de fatale brand het domein van koeien en kippen. Het afgebrande boerderijtje werd omgebouwd tot een heuse toneelzaal en dat was voor die tijd heel uniek. De broeders vonden het belangrijk om de vrijetijdsbesteding en ontspanning van de patiënten zo veel en zo goed mogelijk te faciliteren. De nieuwe toneelzaal werd de thuisbasis van Providentia's eigen toneelvereniging 'Kunst naar Kracht'.
Ook de toneelvereniging van het dorp Sterksel heeft regelmatig gebruik gemaakt van de zaal. De pastoor had evenwel bedongen dat er steeds twee voorstel-lingen dienden te worden gegeven: 's middags eentje voor de vrouwen en 's avonds eentje voor de mannen.
De oorlogsperiode
In augustus 1939 werden in de toneelzaal, als gevolg van de algehele mobilisatie, Nederlandse militairen ondergebracht [4].
Toen de Duitse Gestapo beslag had gelegd op Providentia [5], werd het onderwijs in de school weliswaar gecontinueerd, maar met dit verschil dat er geen les meer werd gegeven aan de leerlingen van Providentia, maar aan Duitse kinderen van de Hitlerjugend.
Toen de geallieerden in september 1944, tijdens hun opmars vanuit het zuiden (operatie 'Market garden') Weert hadden bereikt, maakten de Duitsers op Providentia zich uit de voeten. In hun plaats kwamen de Engelsen en richtten de toneelzaal in als ziekenzaal. [6].
[4] Meer informatie vind je bij de oorlogsverhalen van Providentia. Klik hier
[5] Meer informatie vind je bij de oorlogsverhalen van Providentia. Klik hier
[6] Meerinformatie vind je bij de oorlogsverhalen van Providentia. Klik hier
Het vervolg...
Vanwege het toegenomen aantal leerlingen in de naoorlogse jaren, moest er een nieuw schoolgebouw komen. In 1957 werd een nieuw, fraai pand opgeleverd: de Titus Brandsma school. In de loop van de tijd begon ook de huisvesting van de jonge patiënten steeds meer te knellen. Eind 1965 kon een nieuwe kinderafdeling aan de Spechtenlaan in gebruik worden genomen.
De 'oude' kinderafdeling werd gebruikt als extra ruimte voor dagbesteding. In het weekend konden patiënten er hun familieleden ontvangen.
In de tweede helft van de jaren zestig werd
de lange zijde van de voormalige kinderafdeling ingericht als kantine die de naam
'Ter Brakezaal' [4]
kreeg.
[4] Hoewel de officiële naam
'Ter Brake' is, sprak vrijwel iedereen over de
''Ten Brakezaal'
What's in a name...?
In het tweede decennium van deze eeuw, toen het instellingsterrein van Providentia werd omgebouwd tot de inclusieve wijk 'Kloostervelden' werd de Ter Brakezaal omgebouwd tot de horeca van 'De Broeders'.
Drie foto's die gemaakt zijn tijdens de verbouwing van de Ter Brakezaal en de toneelzaal.

Het 'einde 'van de 'Ter Brakezaal'
op weg naar een nieuwe bestemming:
de horeca van
De Broeders


De toneelzaal, op weg naar een nieuwe,
multi-functionele ruimte
met een nieuwe naam:
'De Zaligheid'
Een prachtig resultaat

De Brasserie van
Ook de toneelzaal kreeg een facelift. Het werd een mooie, moderne, multi-functionele zaal en kreeg als naam 'De Zaligheid': een synoniem voor 'De Heerlijkheid' en verwijst naar de historische naam van het dorp: 'De Heerlijkheid Sterksel'.
Okt 2025
FvB
