EEN INDRUKWEKKEND EVENEMENT:
'DE OORLOGSVERHALEN
VAN HUIZE PROVIDENTIA' VERTELD
INLEIDING

Op zondag 13 oktober 2024 en zondag 11 mei 2025 werden op vijf verschillende plekken op Kloostervelden verhalen verteld over de lotgevallen van Huize Providentia tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze verhalen werden verteld door mensen aan wie gevraagd was om
‘in de huid te kruipen’ van de persoon over wie het verhaal gaat.
Groepen van ongeveer 20 personen werden door een begeleider meegenomen naar de plekken waar de verhalen verteld zouden worden.
De vijf verhalen die je op de
subpagina's kunt lezen omvatten niet de gehele oorlogsgeschiedenis van Providentia maar de hoogtepunten. Het uitgebreide verhaal van “Providentia tijdens de Tweede Wereldoorlog” zal op een later tijdstip worden gepubliceerd.
Iedere groep woonde in De Zaligheid eerst een inleiding bij, die gegeven werd door Frits van Buul.
Na de rondgang langs de verschillende locaties kwamen de groepen weer terug in dezelfde zaal en kregen daar beelden te zien die bij de verhalen aansloten.
Het evenement werd afgesloten met een 'oranjebittertje'

DE VERHALENVERTELLERS
Ook waren er verschillende figuranten die zorgden voor een sfeervolle omlijsting bij de verhalen.
Hun afbeeldingen zie je hieronder.
Zuster Patricia en broeder Freek


Zusters Mien en Liz
Zusters
Liz en Annelies

Miranda wordt geassisteerd door Ronald
Broeder Rob
Zusters
Jolanda en Patricia

Zuster Simone
In het klooster, bij de ruimte waar Joep de oorlogsmemoires van Dr. Rutten vertelde, werden de bezoekers muzikaal onthaald door harpiste
Anne van Buul. Zij speelde muziek uit 'Schindlers List', filmmuziek gecomponeerd door John Williams.
Wat je vooraf moet weten als belangrijke context bij de verhalen
In de verhalen wordt vaak de “congregatie Broeders van de Heilige Joseph’ genoemd. Meer informatie over deze congregatie lees je hier.
Bij het lezen van de verhalen is het van belang dat je je realiseert dat in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw het terrein van Providentia er totaal anders uitzag. Het klooster, de kapel, de kinderafdeling (nu ‘De Broeders’) de toneelzaal en verderop de boerderij waren de enige gebouwen die er stonden. In het klooster woonden, aten en sliepen eind 1942, 213 patiënten en 18 broeders. Naast de broeders werkte er personeel (het leken-personeel, door de broeders 'knechten' genoemd) op de boerderij, in de tuinen, bossen en parken, of in de schoenmakerij, de linnenkamer, de bakkerij, de timmerwerkplaats, enz. Enkele personeelsleden werkten als verpleger.
De patiënten die in die tijd op Providentia verbleven zijn niet vergelijkbaar met de huidige bewoners van de zorgwoningen. Het ging toen om uitsluitend mannelijke volwassenen, adolescenten en kinderen, die allemaal aan epilepsie leden, maar omdat de medicijnen in die tijd veel minder effectief waren dan tegenwoordig, moesten ze in instellingen als Providentia worden opgenomen om daar verzorgd te kunnen worden. Hun fysieke en verstandelijke vermogens daarentegen waren doorgaans minder beperkt. De patiënten werkten in een van de onderdelen van de zelfvoorzienendheid. Daarbij was het wel van groot belang dat ze konden leven met vaste dagelijkse patronen en ritmes en dat ze aan zo weinig mogelijke extra prikkels werden blootgesteld. En juist deze dagelijkse patronen en ritmes zouden op de dag van de inbeslagname ernstig verstoord worden.
Waarom legden de Duitsers beslag op Providentia?
Al voor de oorlog hielden de Nazi’s er rekening mee dat de geallieerden tijdens de oorlog Duitse steden zouden bombarderen. En dat gebeurde ook: eerst door de Engelsen van de Royal Airforce en enige tijd later door de Amerikanen. De Nazi’s besloten daarom om uit voorzorg zoveel mogelijk kinderen vanuit steden te evacueren naar landelijke, veilige gebieden, zowel in Duitsland zelf, als in de bezette gebieden. Het project kreeg de naam ‘Erweitere (uitgebreide) Kinderlandverschickung (KLV)’ [1]. In eerste instantie was de deelname aan het project vrijwillig, maar al gauw bleek dat er maar weinig Duitse ouders voor voelden om op deze manier (tijdelijk?) afscheid te moeten nemen van hun kind(eren). Het duurde dan ook niet lang voordat ouders verplicht werden om hun kind(eren) deel te laten nemen aan het KLV-project.
Providentia werd, evenals de Abdij van Lilbosch bij Echt, door de Duitsers beschouwd als een geschikte locatie om de kinderen te huisvesten en te onderwijzen.
[1] Zie bron 2, blz 101 blz 101 t/m 105
[2] Zie bron 7

Bedrukte gezichtjes op het station van Wuppertal
'Wat gaat er met me gebeuren? '[2]

Duitse ouders die gedwongen (tijdelijk?)
afscheid moeten nemen van hun kinderen

Kenmerken van de vooroorlogse periode: de jaren dertig
Het was het decennium waarin de wereld werd geconfronteerd met de gevolgen van de grote, mondiale crisis na de beurscrash van 1929. Er was veel armoede, ook hier en er was schaarste aan zowat alles, maar vooral aan allerlei levensbehoeften, zoals voedsel en kolen. In de daaropvolgende oorlogsjaren had je bovendien distributiekaarten en -bonnen nodig om aan voedsel en andere zaken te komen. De schaarste maakte dat er overal veel gestolen werd. Dat was op Providentia niet anders dan in de rest van Nederland.
Net als in de burgersamenleving waren er ook op Providentia mensen die er andere politieke denkbeelden op na hielden dan het overgrote deel van de Nederlanders. Er waren hier mensen die lid waren van de NSB of daarmee heulden en die hebben hun sporen nagelaten.
Reacties
Mocht je willen reageren op deze oorlogsverhalen, dan kun je gebruik maken van het contactformulier.