HET VERHAAL VAN HET KWARTAAL
(oktober 2025)

Mientje Scheepens.... Er zullen op Kloostervelden maar weinig mensen zijn die haar niet kennen. Een zo vertrouwd beeld: onderweg, zichzelf voortduwend in haar rolstoel, van haar thuis aan de Pimpelmeesstraat naar de dagbesteding in het klooster, of misschien naar de fysio? Op een keer is ze net van huis vertrokken als ik haar zie. Het is koud en er waait een straffe, gure wind. Ik loop naar haar toe en vraag “Dag Mientje, zal ik jou maar even duwen?
Het is zo koud".
Ik hoef dat niet nog eens te vragen. Ze zegt: “Ik zag je lopen en ik dacht, die kan mij wel duwen”. Op weg naar het klooster blijft ze dat maar herhalen: “Ik dacht, die kan mij wel duwen”. Aangekomen bij de ingang van het gebouw kijkt ze me aan en zegt “Dank je wel, nu kan ik het wel alleen”. Later op een zondagmiddag vang ik een glimp van haar op, als blijkt dat ze samen met haar familie bij "De Broeders' zit en geniet van een glaasje
(alcoholvrij) wijn.
Een van de dagen erna loop ik bij onze wijkcoach Simone binnen en stel haar voor dat ik het levensverhaal van Mien ga schrijven. Ze vindt het een goed idee en regelt dat we op een woensdagmiddag in februari 2024 een gesprek hebben met Mien en haar broers Gerard en Harrie. Ook haar begeleider Wijbrand en Simone zijn erbij. Ik mag haar 'levensboek'; een map met teksten en foto's meenemen en met al die informatie kan ik aan de slag om het verhaal van haar leven te schrijven.
HET VERHAAL VAN MIEN SCHEEPENS
Geboren: Eindhoven, 22 juli 1947
Overleden: Sterksel, 31 juli 2025

Begeleider Wijbrand en haar broers
Gerard en Harrie

Miens kinderjaren
In het gezin Scheepens worden negen kinderen geboren. Vader en moeder runnen een voor die tijd groot en modern, gemengd boerenbedrijf. Hun mooie, statige boerderij bevindt zich aan de vroegere, niet meer bestaande Hoolstraat in Eindhoven; een zijstraat van de Vlokhovenseweg. Op de gevel van de stal staat “St. Cunera Hoeve’. Een verwijzing naar Sint Cunera van Rhenen, de beschermheilige van paarden en behoeder tegen veeziekten.
Mientje is het achtste kindje en wordt geboren op 22 juli 1947 in het voormalige Binnenziekenhuis aan de Vestdijk in Eindhoven. De eerste zes maanden van haar leven verlopen

normaal, maar dan wordt ze ziek. De huisarts in het stadsdeel Woensel, dr. Jansen, bezoekt haar twee of drie keer, maar komt niet tot een heldere diagnose van wat er met Mientje aan de hand is. Ook blijkt er op dat moment geen plek vrij te zijn in het ziekenhuis en daarom houdt men het kindje nog thuis. Omdat ze bijna onophoudelijk huilt adviseert dr. Jansen om haar een tijd alleen op een kamer te leggen. ‘Dan wordt ze wel rustiger’, meent hij. Mientje wordt in een kinderbedje achter de schuifdeuren van de ‘goei kamer’ gelegd, maar dat haalt niets uit. Het huilen gaat maar door en Mientjes moeder dringt er bij de huisarts op aan om opnieuw te komen kijken. Die laat het zieke kind met de ambulance naar het ziekenhuis brengen en daar stelt de behandelend arts vast dat ze polio, kinderverlam-ming[1] heeft. Nadat de diagnose is gesteld meent dr. Jansen te moeten opmerken dat Mientje met deze ziekte nog geen twaalf jaar zal worden. De linkerzijde van Mientjes lichaam raakt volledig verlamd. Epileptische aanvallen krijgt ze pas veel later in haar leven.
[1] Kinderverlamming was, tot in 1957 het vaccinatieprogramma werd ingevoerd, een ernstige kinderziekte die in Nederland zo’n 15.000 slachtoffers maakte. De vaccinaties zijn tegenwoordig zo effectief dat de ziekte gelukkig nog maar weinig voorkomt. Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Poliomyelitis
Huize Vincentius Udenhout
Gelukkig hoeft Mientje niet in een rolstoel te zitten. Ze kan in iemands arm lopen en met haar aangepaste schoenen kan ze ook redelijk zelfstandig lopen. Pas veel later in haar leven, wanneer ze voor de tweede keer een beenbreuk heeft opgelopen, biedt een rolstoel uitkomst.
Al snel is het duidelijk dat Mientje, wanneer ze wat ouder zal zijn, niet meer thuis kan worden verzorgd. Bij de vraag wat er dan moet gebeuren krijgen vader en moeder Scheepens hulp van ene meneer Van Hooff, een hoge ambtenaar van de gemeente Eindhoven. Ze hadden hem in de oorlog leren kennen omdat de man, net als vele anderen, regelmatig naar de boerderij kwam om eieren, melk en aardappelen te komen halen.
Er ontstond toen al een vriendschapsrelatie en Van Hooff heeft, gebruikmakend van zijn vele connecties, het gezin altijd met raad en daad bij kunnen staan als het ging om het welzijn van Mientje. In het gezin staat de man nog altijd bekend als ‘meneer Van Hooff’.
Door bemiddeling van meneer Van Hooff wordt Mientje in 1951 (ze is dan vier jaar), opgenomen in Huize Vincentius in Udenhout. In de eerste jaren ligt bij haar begeleiding en verzorging het accent vooral op het zo goed mogelijk leren omgaan met haar handicap. Ze leert om zelfstandig te eten en te lopen. Later volgt ze op het internaat praktijkonderwijs. Ze leert praktische huishoudelijke taken uit te voeren en na veel oefenen kan ze ook tellen. Nog altijd, wanneer de familie bij Mientje op bezoek komt, telt ze hoeveel familieleden er aanwezig zijn.
In de eerste maanden die Mientje in Huize Vincentius doorbrengt, heeft ze veel heimwee naar het warme nest dat ze noodgedwongen heeft moeten verlaten.

Huize Vincentius Udenhout

Mientje (helemaal links) met een van de zusters en enkele huisgenootjes
Ook voor het thuisfront is het een moeilijke tijd, maar het is geen optie om Mientje weer naar huis te halen.Ze kan thuis nu eenmaal niet de zorg krijgen die ze nodig heeft. Naarmate de tijd vordert gaat het beter met haar. Ze voelt zich meer thuis in Huize Vincentius, vindt het fijn om dingen te leren en ontwikkelt zich daardoor zo goed als dat kan. De zusters Henrica, François en Fidelis zijn belangrijke mensen voor Mientje en vooral ook voor haar ouders, omdat de contacten tussen deze zusters en hen altijd heel plezierig waren.
In Udenhout heeft Mientje ook een iets oudere vriendin: Marietje Vogels. Het klikt gewoon tussen de meisjes zonder dat daar altijd veel woorden bij nodig zijn. Er is nog een lange tijd contact geweest tussen deze, inmiddels hoogbejaarde vriendin en de familie Scheepens.
De regimes in dit type zorginstellingen zijn in die tijd over het algemeen vrij streng en ook Huize Vincentius is daarop geen uitzondering. Slechts drie keer per jaar; met Kerstmis, Pasen en met de grote vakantie mag Mientje naar huis. Tussen die vakanties in mag ze hooguit één keertje, op zondagmiddag bezoek ontvangen. Haar ouders, broers en zussen reizen dan met de bus of soms met de taxi naar Udenhout.

Mientje als communicantje
Wanneer Mientje zes jaar is, behoort ze volgens de leer van de katholieke kerk haar Eerste Communie te doen, maar dat komt te vroeg voor haar en men besluit de plechtigheid uit te stellen tot ze 13 jaar wordt. Als het zover is ontvangt ze dit sacrament in de parochiekerk van ‘Onze Lieve Vrouw van Lourdes’ in Vlokhoven, het oude wijkje in Woensel, Eindhoven. Bij die plechtigheid bidt Mientje hardop het ‘Wees Gegroet Maria’.
Weer thuis en opvang in “Huize Henriette”
Mientje blijft in Udenhout tot 1965. Ze is dan 18 jaar. 'Mientje' is 'Mien' geworden en moet om die reden Huize Vincentius verlaten. Mien komt weer thuis bij haar gezin. In 1965 is haar thuisfront verhuisd van de boerderij in Eindhoven naar een woning aan de Van den Elzenstraat in Breugel. In 1979 volgt er een tweede verhuizing. Haar ouders wisselen met hun oudste zoon van huis. Hun nieuwe ‘thuis’ aan de St. Isidorusstraat in Breugel is kleiner en gezien hun leeftijd is dat voor hen, veel praktischer.
Een van de zusters uit Udenhout is intussen in de Heilige Geeststraat Eindhoven het dagverblijf “Huize Henriette” gestart. Een kleinschalige opvang voor mensen met een beperking die, zoals Mien vanwege hun leeftijd niet in Udenhout kunnen blijven. ’s Morgens wordt ze thuis om half negen met een busje opgehaald en aan het eind van de middag weer teruggebracht. Wanneer dat busje niet op tijd is wordt Mien opstandig. Dat gebeurt steeds vaker bij situaties die afwijken van het dagelijkse ritme waaraan ze gewend is.
Mien komt op Kempenhaeghe
Hoewel ze het in de opvang in de Heilige Geeststraat best goed naar haar zin heeft, moet er toch een andere oplossing worden gezocht, want het is voor haar ouders een te grote belasting om Mien bij hen thuis te verzorgen, zeker op de momenten waarop ze boos is. Maar waar kan ze het beste naartoe? Er zijn opties in Limburg, maar het zou fijner zijn als er dichterbij een oplossing komt. Opnieuw wordt er contact opgenomen met meneer Van Hooff en ook met de Sonse huisarts Dr. Pijnenburg. Na onderzoek komen beiden tot de conclusie dat Kempenhaeghe in Heeze voor Mien de gewenste uitkomst kan bieden, temeer omdat de jonge vrouw in die tijd al regelmatig ‘aanvallen’ krijgt zonder dat duidelijk is waar die door veroorzaakt worden.

Op Kempenhaeghe krijgt Mien verschillende onderzoeken en tests en daaruit blijkt dat ze epilepsie heeft. In 1969 wordt ze opgenomen op afdeling C de 'Boelenbeemd’.
Het is opnieuw wennen voor Mien. Het duurt best lang voor de tweeëntwintigjarige zich thuis gaat voelen in haar nieuwe omgeving. Wanneer ze na een dagje thuis, weer terug moet naar Kempenhaeghe is ze verdrietig en zit ze soms huilend in de auto. Onderweg zegt ze dan veelbetekenend: “Je hoeft echt niet hard te rijden hoor”. Eenmaal weer terug op Kempenhaeghe is het bezoek wat Mien betreft zeker nog niet afgelopen: “Je hoeft niet meteen alweer te gaan”, zegt ze dan. Harrie en Gerard denken zelf ook met pijn in hun hart terug aan die tijd. Wanneer ze haar hadden teruggebracht naar de Boelenbeemd kostte het moeite om afscheid van haar te nemen. “Als we samen (of een van ons) weer weggingen, liep Mien door de lange gang met ons mee tot aan de deur en als we buiten waren zwaaide ze naar ons en zagen we dat ze huilde. Dat was een moeilijk moment. We zagen dat ze verdrietig was en dan twijfelden we of het wel goed met haar ging”, vertellen de broers. Toch lijkt het erop dat wanneer Mien eenmaal terug is op de Boelenbeemd het wel weer gaat, maar de echte gewenning blijkt toch aardig wat tijd te kosten.
Mien verhuist naar De Koperwiek op Providentia
In de tweede helft van de jaren zeventig verhuist Mien naar Providentia. Daar voelt ze zich al snel thuis en dat is voor iedereen een hele geruststelling. De verhuizing had te maken met het feit dat er in die tijd een einde komt aan de situatie dat de vrouwelijke bewoners op Kempenhaeghe zijn gehuisvest en de mannelijke op Providentia. De maatschappelijke ontwikkelingen in die jaren maken dat de strikte scheiding in de woonzorg tussen beide geslachten wordt opgeheven. Mien komt dus op Providentia wonen, maar haar ouders zien het totaal niet zitten dat hun dochter in een gemengde groep zal worden geplaatst. Al gauw blijkt dat zij niet de enigen zijn. Het leidt tot veel protest. De ouders maken zich zorgen vanwege de kwetsbaarheid van hun dochters. Wijbrand, die toen in dienst was van Kempenhaeghe herinnert zich nog goed hoeveel reuring die hele toestand met zich meebracht. “Wij kregen als personeel op een bepaald moment een brief waarin de nieuwe indeling van de groepen was vastgelegd. Wij vroegen aan de leidinggevenden of de ouders of de familieleden hiervan op de hoogte waren en of die daar niet bij betrokken moesten worden. Men vond dat allemaal niet nodig en bovendien was het besluit al genomen. De weerstand die daarvan het gevolg was, had men dus wel over zich afgeroepen”, aldus Wijbrand.

[1] Deze foto van Koperwiek 4 heeft Wijbrand nog kunnen vinden. De foto is genomen in de periode van de ‘ombouw’ van Providentia naar Kloostervelden. Het pand zou korte tijd later gesloopt worden. De voorgrond van de foto (niet volledig zichtbaar) bestaat uit een groot stuk braakliggende grond, waar voorheen een bos stond. Het is de plek waar nu de gebouwen van Pimpelmees 1 en 2 staan.
Er wordt een oplossing gevonden. ‘Koperwiek 4’ [1] wordt een afdeling waarin alleen vrouwen worden opgenomen. Ze wonen oorspronkelijk met vier vrouwen op een kamer, later met twee. Neuroloog Dokter Tan vindt de groep waar Mien bij is ingedeeld, zeker geschikt voor haar. Niet, omdat die alleen uit vrouwen bestaat, maar omdat het medebewoners zijn die als personen goed bij haar passen en aan wie ze zich een beetje kan optrekken. Zo’n omgeving heeft een positieve invloed op haar. In die tijd behoort het tot haar vaste ritme dat ze iedere veertien dagen in het weekend naar huis gaat, naar haar ouders in Breugel.
Gerard, haar vriend
Koperwiek 4 mag dan wel een specifieke vrouwenafdeling zijn, toch is er regelmatig contact met de andere, gemengde afdelingen. Het wordt gestimuleerd dat de bewoners elkaar opzoeken en zo raakt Mien bevriend met Gerard van Pinxsteren. Wijbrand weet nog dat het een jongen was die, om het zo te zeggen ‘met nogal wat vocht sprak’, terwijl Mientje altijd een keurige dame was, en nog altijd is. Toch ontfermt ze zich steeds over hem. Waar anderen bij bepaald gedrag wel eens de wind van voren kunnen krijgen, tolereert Mientje wat Gerard doet. Ze is vooral bezig om voor hem te zorgen en dat is precies wat Mien zo goed kan; een beetje ‘moederen’, en Gerard vindt dat prima.
Herinneringen van Margreet Spoelstra
Margreet werkte van 2007 tot 2015 op Providentia als geestelijk verzorgster. Over haar ervaringen met de bewoners schreef ze een boekje[1], waarin Mien met name wordt genoemd. Margreet schrijft een stukje over het plotselinge overlijden van Gerard van Pinxsteren die meer dan zestig jaar op Providentia had gewoond. Op een ochtend na het overlijden zijn Margreet, de familieleden, de bewoners en verzorgenden in de huiskamer bijeen om herinneringen aan Gerard op te halen. Iedereen mag vertellen wat Gerard voor haar/hem betekende. Margreet schrijft: “Hij had een speciale vriendin op de afdeling: Mien, en we maken ons vooral zorgen om haar. Zou ze het begrijpen en ermee om kunnen gaan? Mien zit wat verwonderd om zich heen te kijken en zegt dan: “Nou moeten jullie niet zo droevig doen hoor. Toen Gerard doodging, ging er in de hemel een deurtje open en toen zei Maria “Kijk daar komt er weer eentje”. Margreet weet nog dat het toen eventjes stil was.

Het is de authentieke, overtuigende manier waarop Mien gelovig is, die zoveel indruk maakt. Voor Margreet is het een voorbeeld van hoeveel wij mogen leren van onze bewoners. “Soms had ik wel eens een slechte dag maar als ik hier dan enkele bewoners had gesproken kon ik er weer tegen”, zegt ze, “en Mien behoort bij uitstek tot de bewoners die dit bij je teweeg kunnen brengen”. Tijdens de uitvaartdienst van Gerard noemt Margreet de namen van personen die in Gerards leven een belangrijke rol hebben gespeeld. Ze noemt ook Miens naam; die hoort het aan en straalt van oor tot oor. Margreet vertelt dat ze Mien lange tijd heeft meegemaakt in een van de ‘pastorgroepen’ die er vroeger waren. Eenmaal per maand komt een deel van de bewoners in hun eigen pastorgroep bijeen en Mien is altijd van de partij. De deelnemers vertellen wat hen bezighoudt (vaak over hun handicap en hoe ze daarmee omgaan) er wordt gezongen en Margreet steekt de lichtjes aan, want zij is immers de pastor. Er worden verhalen verteld, zoals bijvoorbeeld het Bijbelverhaal van de ‘verloren zoon’. De bewoners kennen zulke verhalen en reageren op vragen die Margreet erover stelt. Ook Mien weet waar het over gaat, want ze heeft er veel over gehoord toen ze bij de zusters in Udenhout woonde.
.[1]‘Kleuren van Kloostervelden’, in eigen beheer uitgegeven door Margreet Spoelstra (2015) Blz 11 en 12
Wat is ‘typisch Mien’?
Op de afdeling houdt Mien alles en iedereen in de gaten. Dat is haar zorgzame karakter. Een voorbeeld: Wanneer Trudy, een van haar medebewoners, een epileptische aanval krijgt is het vaak Mien die meteen het personeel waarschuwt.
Haar broers vertellen: “Ons Mien heeft altijd een troostend woord voor iedereen die verdrietig is. Of dat nu (vroeger) de kleinkinderen waren die zich gestoten hadden, of mensen die verdriet hebben omdat ze een dierbare verloren hebben; bij Mien kunnen ze terecht. “Kom maar hier”, zegt ze dan, slaat een arm om zo iemand heen en fluistert dan: “ik kan jou goed troosten”. En zo is het maar net: ze leeft intens mee!
Wijbrand bevestigt haar alertheid: "Het gebeurt wel eens dat een personeelslid niet precies weet waar een bepaalde bewoner met het vervoer naartoe gebracht moet worden. Naar het klooster, of naar de fysiotherapie?

Mien 'uitgedost' met carnaval
Dan wordt Mien geraadpleegd, want die weet dat meestal wel." Wanneer Wijbrand naar huis gaat vraagt Mien: “Heb je je tas en je telefoon en je sleutels?” Tegen haar familieleden praat ze honderduit over wat ze allemaal meemaakt. En direct nadat een van haar broers dat in ons interview heeft verteld zegt ze dat ze vorige week donderdag naar de oogarts in het ziekenhuis is geweest. Hij had haar ogen nagekeken en ze kreeg wat druppeltjes, maar eigenlijk was alles goed.
Fysiotherapeute Inge Smolenaers en al haar collega’s kennen Mien natuurlijk goed. Inge noemt twee kenmerkende uitspraken van Mien. De eerste: “Ik ben goed op tijd hé?” en de tweede: “Goed dat ik dat er even bij zeg!”
Wat iedereen bevestigt is dat Mien een ‘feestbeest’ is. Niets fijner dan een bruiloft en niets leuker dan het meedoen met de polonaise. Carnaval? Een groot feest!
Kermis op Providentia
In de jaren voordat Kloostervelden tot ontwikkeling komt, is er jaarlijks op het grote veld tussen de boerderij en de ‘Ter Braekezaal’ een kermis. Het is ieder jaar weer een hele belevenis, zeker voor de enthousiaste Mien. Voor de bewoners is het dubbel feest want een van de kermisdagen is meteen ook een familiedag. Ouders, broers en zussen; iedereen is welkom. En ook lijkt het er soms op dat heel Sterksel leegloopt en dat alle dorpelingen naar Providentia komen om erbij te zijn. Een waar dorpsfeest, maar soms is het met al die mensen wel eens te druk. Er is een feesttent, waar snoep en drank gekocht kan worden en de tent is meteen ook een schuilplek voor als het regent. Er staan een leuke kermisattracties op het veld, zoals een draaimolen, een zweefmolen, botsautootjes en een rups. Voor zover dat kan draaien de attracties op een laag toerental, zodat bewoners er gemakkelijk gebruik van kunnen maken. De ritjes duren soms zo lang dat het lijkt alsof er geen einde aan komt.

Mien geniet in de zweefmolen
Van Providentia naar Kloostervelden
Al vanaf 1970 is Providentia niet langer een zelfstandige organisatie maar maakt deel uit van de Stichting Kempenhaeghe. Het aantal broeders loopt al vanaf de jaren zestig sterk terug. Een aantal van hen gaat met pensioen maar er zijn in die tijd, vanwege de toen begonnen secularisatie (ontkerkelijking), ook veel broeders die uittreden en een nieuw leven beginnen in de burgermaatschappij. Op de afdelingen komen er steeds meer leken-verpleegkundigen, zowel vrouwelijke als mannelijke. De laatste broeders verlaten Providentia in 1991. In de nieuwe eeuw ontstaat een idee dat later de ‘woondroom van Kloostervelden’ zal gaan heten: kunnen we op het terrein van het oude Providentia een inclusieve wijk creëren waar de oorspronkelijke bewoners samenleven met betrokken burgers die hier komen wonen? Het blijkt een lange weg die moet worden afgelegd, maar het lukt. Er worden nieuwe huizen gebouwd voor de oorspronkelijke bewoners en die krijgen nu allemaal een eigen kamer waardoor ze meer privacy hebben. Een hele verbetering waar Miens familie zeer tevreden mee is. Gerard en Harrie vinden dat ze hier echt op haar plaats is en een gelukkig leven leidt. Ze is dagelijks met activiteiten bezig die goed bij haar passen. Ze is behoorlijk creatief en nog altijd, ook in 2024 is ze met plezier aan het werk en dat komt ook doordat er zoveel variatie zit in dingen waar ze mee bezig kan zijn.

Mien aan de slag bij
'Werk aan de Winkel'
Zo maakt ze bij ‘Werk aan de winkel’ mooie omtrekken voor kussens en op andere momenten kleurt ze tekeningen in. Tussen al het werk door wel nog even naar de fysio! Tijdens de lunchpauze zorgt Nellie van Engelen voor Mien en de andere bewoners die daar die dag aan de slag zijn. Nellie vertelt dat ze vaak liedjes laat horen en dan is het meteen een vrolijke boel. Als het kan zingt Mien mee, zoals bij “Ons Lieve Vrouwke”.
Mien heeft een leeftijd waarop ze normaal gesproken allang met pensioen zou zijn, maar daar is nog geen sprake van. Daarvoor vindt ze alles wat ze doet veel te leuk. Op haar manier is ze heel gelukkig. Op Providentia mocht ze met haar familie en medebewoners haar 25-jarig en 50-jarig jubileum vieren met een viering in de kapel en een feest in de Ter Braekezaal (nu ‘De Broeders’).
Koningin Máxima op bezoek
Op woensdag 28 juni 2023 brengt koningin Máxima een werkbezoek aan Kloostervelden. Mien wordt uitgekozen om aanwezig te zijn bij de ontvangst van de vorstin in de brasserie van ‘De Broeders’. In de voorbereiding op het bezoek van hare majesteit moet van iedereen die bij haar aan tafel zal zitten een beschrijving worden doorgegeven. Wijkcoach Simone Kuilder noteert dat Mien altijd goeiedag zegt aan iedereen die ze tegenkomt en dat ze een veel gezien gezicht is in de wijk. Op die informatie zal de koningin haar vraag of vragen aan Mien baseren. In de week voor het bezoek heeft Simone Mien voorbereid op het gesprek, want tja, zoiets is wel heel bijzonder. Er is door de entourage van Hare Koninklijke Hoogheid zelfs al een script opgesteld met vragen (in volgorde) die tijdens het tafelgesprek gesteld zullen worden en wie, welke rol dan heeft. Mien zal een vraag krijgen over haar bezigheden bij ‘Werk aan de winkel’. Simone probeert het allemaal zo goed mogelijk uit te leggen aan Mien en oefent met haar wat ze tegen hare majesteit zal gaan zeggen.
Ook zegt Simone haar dat ze de koningin een hand mag geven, maar verder niks. Ze mag ook alleen maar iets zeggen als haar iets gevraagd zou worden. Wel mag ze de koningin een geschenkje vanuit ‘Werk aan de winkel’ geven.
En dan is het zover. Mien ziet er op haar paasbest uit. Een half uur voordat Máxima arriveert moeten alle deelnemers aan de ontvangst bij ‘De Broeders’ aanwezig zijn en krijgen, in samenspraak met de assistente van hare majesteit, een plaats toebedeeld. Dan arriveert de koningin en het gesprek begint. Wanneer Máxima op een bepaald moment haar aandacht richt op Mien, zegt ze dat ze gehoord heeft dat Mien altijd goeiedag zegt tegen iedereen. Dat is nou net de vraag waar Mien niet op voorbereid is, maar het maakt allemaal niet zoveel uit. De vorstin – zo zal blijken – houdt zichzelf ook niet consequent aan dat strakke protocol. Na twintig minuten is het onderhoud bij ‘De Broeders’ afgelopen en mag Mien haar geschenkje geven. Máxima komt naar haar toe en Mien gaat staan uit haar rolstoel. Dat gaat natuurlijk niet zo gemakkelijk. De koningin buigt enigszins voorover en gaat wellicht ook een beetje door haar knieën. Hoe dan ook, het is het moment waarop Mien hare majesteit drie zoenen geeft. Niemand heeft dat verwacht, want dat stond natuurlijk niet in het protocol. De koningin lijkt er geen problemen mee te hebben.


Volgens Miens broer Gerard heeft zijn zus ook nog een spontane opmerking gemaakt. Het kan zijn dat dat na de zoentjes is gebeurd. Mien heeft opgemerkt dat de majesteit schoenen aanheeft met redelijk hoge hakken en zegt: “Mooie schoenen heeft u aan. Het zijn dezelfde schoenen als die van ons Peet”. Als de koningin haar wandeling over het terrein voorzet, krijgt Mien nog een hand van Máxima. Zo komt er een einde aan een feestelijke dag, die alle bewoners van Kloostervelden en zeker Mien, nooit zullen vergeten.
Een blijvende liefdevolle en hechte familieband
Met haar hele wezen toont Mien dat ze een tevreden en goedgemutste vrouw is. Harrie zegt dat je er blij van wordt als je haar aan de telefoon hebt gehad. “Mien is altijd de bindende kracht in onze familie geweest”, voegt hij er nog aan toe. “Het is heel bijzonder dat deze kleine vrouw die lichamelijk en verstandelijk beperkt is, zo’n grote invloed heeft op volwassen mensen. Dat geldt niet alleen voor ons als broers en zussen, maar evengoed voor de zwagers en schoonzussen”, vult Gerard aan.
In de tijd dat vader en moeder in een verzorgingsflat wonen wordt Mien eens in de twee weken door een van haar familieleden opgehaald en brengt ze een bezoekje aan haar ouders. Lang duurt zo’n bezoek aan pa en ma overigens niet want ze gaat liever mee naar het huis van de broer of zus die haar heeft opgehaald. Daar komen dan ook vaak andere familieleden naartoe om Mien weer even te zien en gezellig bij haar te zijn. Maar na verloop van tijd blijkt dat het een steeds kwetsbaardere onderneming wordt. Mien is nu eenmaal een epilepsiepatiënt en de verzorging die ze bijvoorbeeld na een aanval nodig heeft kan thuis niet geboden worden.
Daarom wordt besloten dat de familie [1] voortaan bij Mien op bezoek gaat, in plaats van andersom. Er wordt een rooster gemaakt waarmee wordt geregeld dat er iedere twee weken minstens één familielid bij haar op bezoek komt. In de praktijk zijn ze soms met vieren en soms wel met tienen. Bij ‘De Broeders’ wordt dan het gebruikelijke, vertrouwde programma afgewerkt: Koffie met gebak, twee glaasjes alcoholvrije wijn en twee zakjes chips.
Dat bezoek aan Mien is voor alle gezinsleden ‘heilig’ en gaat altijd voor andere zaken.

[1] Op de foto zien we de familie bij elkaar bij ‘De Broeders’. Van links af: Harrie en zijn vrouw Annie, dan Betsy (en naast haar Mientje) en haar man Marius, Gerard, schoonzus Petra en zwager Peter.
Terugblik: Allereerst dank aan alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit levensverhaal.
Het was een voorrecht om de familieleden van Mien te ontmoeten en om het levensverhaal van hun geliefde zus / schoonzus op te mogen schrijven. Een mooi gezelschap dat met elkaar blijk geeft van een liefdevolle, hechte familieband en waarvan de stevigheid, zonder dat ze daar weet van heeft, vooral door Mien is aangebracht.
Sterksel augustus 2024
FvB
NAWOORD:
Op 23 juli 2025 werd Mien met ernstige ziekteverschijnselen opgenomen in het ziekenhuis. Na onderzoek moesten de artsen vaststellen dat Mien nog hooguit enkele dagen te leven had.
Op 28 juli werd ze overgebracht naar haar thuis aan de Pimpelmeesstraat op Kloostervelden.
Haar familieleden waakten bij haar en haar bed stond in de woonkamer, zodat ook medewerkers en medebewoners bij haar konden zijn.

Op donderdag 31 juli 2025 is Mien
op 78-jarige leeftijd overleden.
Dankbaar om haar leven, dankbaar voor wie ze was,
namen we op woensdag 6 augustus afscheid van haar
in de kapel van Kloostervelden.
Na de dienst vormden we een erehaag voor haar.
We zullen deze lieve, innemende vrouw nooit vergeten.